Boskalis jaarverslagen 2011

Milieu- en veiligheidsonderscheidingen op het project Gorgon, Australië

Een van de meest omvangrijke en complexe Boskalis-projecten is het Gorgon Project in Australië. Boskalis is verantwoordelijk voor het ontwerp en de aanleg van een grote LNG-haven op Barrow Island, 50 kilometer voor de kust van de Australische deelstaat Western Australia. Het project kent tal van uitdagingen, niet alleen qua techniek en logistiek, maar ook op het gebied van veiligheid en milieu.

Naast de aanleg van de LNG-haven omvat het project de bouw van faciliteiten voor de verlading van materiaal, een 200 meter lange kademuur, een aantal dukdalven en een roll-on/roll-off-faciliteit. Boskalis is ook verantwoordelijk voor de logistiek en het projectmanagement van een deel van de basis­infrastructuur.

Milieu

Een prioriteit op het project is de bescherming van de bijzondere flora en fauna op en rond Barrow Island. Er is een uitgebreid scala aan milieu-eisen van kracht tijdens de werkzaamheden. Van het gebruik van biologisch afbreekbare hydrauliekolie en afvalscheiding, tot en met strenge quarantaine-eisen. Wie naar Barrow Island vliegt of vaart gaat door een strenge controle, om te voorkomen dat niet-inheemse planten en dieren het eiland op komen. Zo moet veelal in droogdok de huid van alle schepen helemaal gereinigd worden. En wordt ieder stuk droog materieel op een speciaal hiervoor afgebakend terrein uit elkaar gehaald en geïnspecteerd op de aanwezigheid van zaadjes, stofjes en diertjes. Boskalis heeft hiervoor een eigen multidisciplinair inspectieteam opgeleid met ondermeer biologen.

In april 2011 werd aan onze mensen de ‘Environmental Excellence Award’ uitgereikt. Fauna-observaties, voldoen aan de richtlijnen van het Environmental Management Plan, bewust­zijn bij de medewerkers en de implementatie van mitigerende maat­regelen, waren aanleiding voor Chevron om deze prijs uit te reiken.

Veiligheid

Opdrachtgever Chevron staat bekend om zijn strenge veiligheids­maatregelen. Net als Boskalis zelf eist ook Chevron een strikte incidentrapportage. Echter, de mate waarin Boskalis hieraan gehoor gaf verraste het concern enigszins. ”Het leek alsof wij enorm veel incidenten hadden, maar we meldden álles”, vertelt Anne Jan Fokkema, works manager Marine. “Wij hebben Chevron uitgelegd dat het ons niet gaat om dat cijfer, maar om wat er áchter ieder incident zit. Omdat we er van willen leren.” Opvallend in dat kader is dat acties die ondernomen worden vooral voortkomen uit inspecties en niet zozeer uit incidenten. Frank Duijnhouwer, works manager Dredging, “Dat geeft aan dat wij pro-actief bezig zijn met veiligheid.” Ook de klant ziet dat, weet Anne Jan Fokkema: “Ze waarderen onze aanpak. Ze weten dat ze ons kunnen vertrouwen.”

Op het project Gorgon is het aantal ernstige incidenten nihil. Er zijn inmiddels meer dan 2.600.000 manuren gewerkt zonder incidenten met verzuim. Als waardering heeft Chevron een ‘Certificate of Appreciation’ uitgereikt.

Wonen en werken op zee

Een van de meest opvallende zaken op het Gorgon Project is dat alles op zee gebeurt: werken én wonen. Barrow Island heeft, behalve een vliegveld, geen faciliteiten. Daarom verbleef al het personeel, tijdens de piek wel 550 man, op het accommodatie­schip de Finnmarken. Dagelijks moeten voor hen grote hoeveel­heden levensmiddelen aangevoerd worden. Dat is een behoorlijke logistieke puzzel, die door de logistieke afdeling op het kantoor in Dampier in elkaar wordt gepast.
Het betekent ook dat er dagelijks honderden medewerkers per schip van en naar het werk moeten worden gebracht. Aangezien op- en overstappen bekende risico’s met zich meebrengen, is hier in de voorbereiding veel aandacht aan besteed. Zo is een aantal vaartuigen, dat wordt ingezet voor de wisseling van de bemanning, technisch aangepast om de overstap zo veilig mogelijk te maken. En bleef dit een herhaald onderwerp in de zogenaamde ‘toolbox-meetings’. Met effect: tijdens het project zijn er zo’n 450.000 ‘safe transfers’ geweest.

Cyclonen

De vele cyclonen in het gebied vormen een bemoeilijkende factor. Er wordt voortdurend contact onderhouden met de Australische meteorologische instituten. Frank Duijnhouwer: “Als de weersomstandigheden ons daartoe dwingen, worden alle werkzaamheden gestaakt. Alle schepen en het overig materieel worden gedemobiliseerd naar een beschutte locatie in Dampier, zo’n 80 nautische mijl ten oosten van het project. De coördinatie van die grootscheepse operatie is mede in handen van onze SMIT-collega’s, die ervoor zorgen dat al het materieel goed verankerd de storm doorstaat. In het afgelopen cycloon-seizoen (2010-2011) zijn we twaalf keer gedemobiliseerd. Soms duurde dat een paar dagen, soms meer dan twee weken”.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag