Boskalis jaarverslagen 2011

Brandstof- en energieverbruik

In 2011 is hard gewerkt om de rapportage over het brandstofverbruik van onze vloot en energieverbruik van onze kantoororganisatie te optimaliseren en uit te breiden met de data afkomstig van SMIT.

Op dit moment wordt de CO2-uitstoot van onze vloot gerelateerd aan het absolute brandstofverbruik en niet aan de relatieve uitstoot per productie-eenheid. Door het ontbreken van een eenduidige norm zijn de jaarlijkse verbruiksrapportages moeilijk met elkaar te vergelijken. Een complex van factoren speelt daarbij een rol. Onze vloot bestaat uit verschillende scheepstypes. Het brandstof­verbruik van een grote sleephopperzuiger laat zich nauwelijks vergelijken met dat van een sleepboot. De eerste is bedoeld om zand op te zuigen, te transporteren en te lozen terwijl de tweede grote schepen trekt of duwt. Ook de inzet van modernere of juist oudere schepen en de bezettingsgraad van de vloot zijn van invloed op het brandstofverbruik in een jaar. Bovendien kan de aard van de projecten voor een vertekend beeld zorgen. Een snijkopzuiger die bijvoorbeeld in het ene jaar op projecten heeft gewerkt met veel harde grond, kan het andere jaar een veel geringer brandstof­verbruik laten zien door werkzaamheden in minder harde grond. Meer of minder brandstofverbruik van onze vloot in een jaar houdt dus niet automatisch in dat er respectievelijk minder zuinig of zuiniger mee is omgegaan. Het koppelen van een kwantitatieve doelstelling aan het jaarlijkse brandstofverbruik zien wij daarom op dit moment als niet zinvol.

We streven naar een industriestandaard en voeren daarvoor in brancheverband overleg. Onderzocht wordt of we tot een goed rekenmodel kunnen komen door de CO2-uitstoot te koppelen aan het type werkomstandigheden. De tweede stap is om dit reken­model te uniformeren. Gezien de complexe materie verwachten wij dat de invoering enige jaren zal duren. We blijven in de tussentijd rapporteren over het brandstofverbruik en ons onderzoek en gerichte maatregelen om emissies terug te dringen.

Co2-emissies 2011

Op basis van een onderzoek in 2010 (zie blz. 61 van ons CSR-verslag over 2010) hebben we besloten niet te rapporteren over het brandstofverbruik van ons droog­grondverzetmaterieel, omdat het overgrote deel van de CO2-uitstoot (ca. 95%) voor rekening komt van onze vloot. In de tabellen is het brandstof­verbruik van de vloot en het energieverbruik van onze kantoor­organisatie weergegeven.
Bij zowel de vloot als de kantoren worden deelnemingen naar rato van ons belang proportioneel geconsolideerd.
Boskalis vloot. Ten opzichte van 2010 is de CO2-uitstoot met 15% gedaald. Circa een-tiende van deze daling is te verklaren door het uit de vaart halen van een aantal schepen (zie het artikel Milieuvriendelijk materieel in dit verslag). De rest van de daling is te verklaren uit een lagere bezettingsgraad van het materieel (hoppers van 43 > 39 weken en cutters van 27 > 19 weken).
Boskalis kantoren. In 2011 hebben we de definities van de reporting scope voor wat de kantoren betreft verder aangescherpt. Daarbij rapporteren we nu uitsluitend over kantoren met een permanente vestiging hetgeen geleid heeft tot een stabielere samenstelling van de kantoren. Als gevolg van deze aanscherping is een aantal tijdelijke projectkantoren, die in 2010 wel zijn gerapporteerd, nu out of scope.
Lamnalco vloot. De totale uitstoot is met circa 1% gestegen ten opzichte van 2010. Het aantal schepen waarover gerapporteerd wordt, is echter in 2011 toegenomen. Op basis van een vergelijkbare vlootsamenstelling ten opzichte van 2010 was het verbruik in 2011 6% lager. Dit werd veroorzaakt door een lagere inzet van materieel.
Lamnalco kantoren. Scope en verbruik is vergelijkbaar met 2010.
SMIT vloot en kantoren. Vanaf dit jaar rapporteren we het verbruik van de SMIT schepen en kantoren.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag Bron: CSR Verslag 2011, Onze milieuprestaties, Pagina 52