Boskalis jaarverslagen 2011

Doelstellingen

We zoeken steeds naar de optimale balans tussen economische en ecologische waarden bij onze projecten en contracten. Op de aspecten waar we de meeste waarde kunnen toevoegen hebben we onze doelstellingen gericht: de verdere uitbouw van onze milieu-expertise, het aanbieden van ecodynamische ontwerpen en de continue investering in en toepassing van milieuvriendelijk materieel.

Milieu-expertise

Onze klanten kunnen bouwen op onze milieu-expertise. Met name in projecten waar we als partner van de klant al in de ontwerpfase betrokken worden, voegt onze milieu-expertise de meeste waarde toe.

Lees verder

Toepassing

Maar ook tijdens de uitvoering van onze projecten en contracten streven we naar de toepassing van milieuvriendelijke werkmethodes en technieken. We zetten daarvoor ruim 100 experts in van onder andere onze R&D-afdeling en de ingenieurs en ecologen van ons eigen ingenieursbureau Hydronamic.

De duurzame toepassingen die wij onze klanten aanbieden kunnen complex en vernieuwend zijn. Ecodynamische ontwerpen volgens de Building with Nature-filosofie zijn daar een goed voorbeeld van. Een ander voorbeeld is de innovatieve aanpak om koraalriffen te beschermen, zoals is gebeurd op het Khalifa project in Abu Dhabi waar wij een grote buitengaatse haven hebben ontwikkeld in de nabijheid van het grootste koraalrif in de Arabische Golf. (Zie ons CSR-verslag over 2010)

 Maar er kan ook sprake zijn van kleine aanpassingen. Bijvoorbeeld door voor te stellen om een nieuw zandstrand onder een kleinere hellingshoek aan te leggen, zodat het voor zeeschild­padden nog toegankelijk is.
Ook kan onze expertise worden ingeschakeld bij de sanering van waterbodems. Boskalis Dolman voert wereldwijd aansprekende bodemsaneringen uit waarbij zoveel mogelijk materiaal wordt hergebruikt.

SMIT heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van nieuwe oplossingen voor het veilig en zonder veront­reiniging verwijderen van lading en bunkerinhoud uit scheepswrakken. De hot-tap-technologie staat garant voor een mors-vrije extractie van vloeistoffen boven of onder de waterlijn uit schepen die zijn gestrand of zijn gezonken tot een diepte van circa 250 meter. De technologie is onder andere ingezet bij het in Italië gestrande cruiseschip Costa Concordia in 2012. Het POLREC systeem wordt ingezet om zonder de hulp van duikers op een duurzame wijze olie en chemicaliën te verwijderen uit gezonken schepen tot een diepte van 500 meter. Het systeem maakt gebruik van een op afstand bedienbaar ROLS-systeem (Remote-operated Offloading System). Er wordt gewerkt aan een nieuwe versie waardoor het systeem in de toekomst in staat zal zijn om te werken op nog grotere diepte van circa 1.000 meter.

Onderzoek en kennisdeling

Om onze leidende rol te behouden, investeren wij voort­durend in fundamenteel en toegepast onderzoek. Het beperken van onze ecologische impact door emissiereductie (zie elders in dit hoofdstuk) en het beperken van vertroebeling bij baggerprojecten zijn speerpunten van ons onderzoek. Door omwoeling van de bodem tijdens baggerwerk­zaam­heden is de lichtinval van het water tijdelijk minder en dat kan een belemmering zijn voor de flora en fauna onder water. Door de ontwikkeling van geavanceerde voor­spellings­modellen en monitoringprogramma’s zijn we in staat om de vertroebeling op elk gewenst moment in kaart te brengen en de uitvoering van de werkzaamheden daarop af te stemmen.
Om interne kennisuitwisseling en bewustwording verder te stimuleren, hebben wij in 2011 een milieu-portal in gebruik genomen. Werkgroepen die zich met duurzaamheids­vraagstukken bezighouden, kunnen met behulp van deze webapplicatie informatie delen. Zo ontwikkelen we een actieve ‘Community of Practice’ op dit gebied. Externe kennis­deling vindt onder andere plaats via lezingen, gast­docent­schappen, lectoraten, presentaties en in deelname aan fundamentele onderzoeksprogramma’s en in begeleidingscommissies van PhD-studenten.

Daarnaast wordt SMIT in toenemende mate gevraagd deel te nemen aan ambitieuze Joint Industry Projecten, zoals OBELICS. De ontwikkelde kennis en tools kunnen worden toegepast op de operaties om de veiligheid te verhogen en de milieu-impact te verminderen. Voor meer informatie verwijzen wij naar pagina 74 in ons CSR verslag over 2010.
Ook via het in dit hoofdstuk beschreven Building with Nature-programma draagt Boskalis bij aan de verspreiding van kennis. Zo is in 2011 een duo-docentschap tussen de TU Delft en de Universiteit van Wageningen opgestart. Hierin wordt de vernieuwing en verbreding van het vakgebied verder vormgeven. Deze door Boskalis geïnitieerde vernieuwing wordt door beide universiteiten omarmd. De kennis­uitwisseling over het Building with Nature-programma is in 2011 in een stroom­versnelling gekomen. De handleiding Ecodynamisch ontwerpen is in concept gereed. Deze handleiding bevat algemene richtlijnen die overal ter wereld kunnen worden toegepast en wordt gepubliceerd op de website van Ecoshape (www.ecoshape.nl). In mei 2011 heeft Ecoshape een Midtermcongres gehouden waarin alle resultaten tot nu toe zijn gepresenteerd voor partners en klanten. In november 2012, aan het eind van de eerste planperiode, staat het slotcongres op het programma waarin we alle resultaten van de eerste vijf jaar Building with Nature willen delen met een breed publiek.

Ecodynamisch ontwerpen

Waterbouw heeft een direct verband met ons milieu. Dit zorgt er voor dat overal ter wereld de milieu-effecten van waterbouwprojecten continu tegen het licht gehouden worden.

Lees verder

Tijdens de verschillende fasen van ontwikkeling in een project, vanaf het ontwerp tot en met de realisatie- en onderhoudsfase, beoordelen deskundigen of het voldoet aan de eisen. Een goede zaak, vindt Boskalis. De internationale toetsing levert echter in de praktijk veel praktische bezwaren op. Door tegengestelde belangen en verschillen in interpretatie van milieuwet- en regelgeving staan belanghebbenden vaak tegenover elkaar in moeizame juridische procedures. Onvoldoende kennis over ecologische randvoorwaarden speelt hierbij een cruciale rol. Deze situatie kan er toe leiden dat waterbouw­projecten flinke vertraging oplopen of soms geen doorgang vinden.
Boskalis ziet ecodynamisch ontwerpen als een mogelijke oplossing. We zijn een van de initiatiefnemers en financiers van Ecoshape, de stichting die het innovatieprogramma Building with Nature uitvoert. We streven binnen het programma naar nieuwe, internationaal geaccepteerde ontwerpstandaarden. Zo leveren we een bijdrage aan het duurzaam beheren en ontwikkelen van dichtbevolkte rivier-, delta- en kustgebieden op de wereld. Samen met overheden, het bedrijfsleven, universiteiten, kennisinstituten, ingenieurs- en adviesbureaus, havenbeheerders en private opdrachtgevers doen we in dit vijfjarige onderzoeksprogramma, dat in 2008 is gestart, kennis en ervaring op over de dynamiek van de natuur. Doel is om waterbouwprojecten te ontwikkelen waarbij tegelijkertijd kansen worden gecreëerd voor de natuur door aan te sluiten op de natuurlijke dynamiek van de omgeving. Dit noemen we ecodynamisch ontwerpen. Bijzonder is dat dit programma aanhaakt op lopende of toekomstige projecten. De kennis kan zodoende meteen in de praktijk worden getoetst.
Het programma heeft in Nederland al een aantal aan­sprekende resultaten opgeleverd. In 2011 is bijvoorbeeld de Zandmotor opgeleverd, een nieuwe innovatieve manier voor het onderhoud van de Nederlandse kust. Er is een grote hoeveelheid zand voor de kust gelegd die door getij, stroming en golven verder wordt verspreid langs de Hollandse kust. Er is voor de komende jaren subsidie verworven om de monitoring te intensiveren waarbij promovendi de onderzoeksdata uit de monitoring zullen verwerken tot nieuwe kennis.

Een ander voorbeeld is de Groene Golfremmende dijk in de Noorderwaard; een pilot project dat onderdeel uitmaakt van het project Ruimte voor de Rivier. In deze tweeduizend hectare grote polder, ten zuiden van Dordrecht, worden binnen drie jaar de dijken over een lengte van honderden meters verlaagd en hier en daar zelfs doorgestoken. Om de bewoners te vrijwaren van natte voeten en hen tegelijkertijd het zicht op een logge, hoge nieuwbouwdijk te besparen, wordt er straks een wilgenbos voor de huidige­ waterkering aangeplant. Over een lengte van een kilometer worden er in een honderd meter brede strook duizenden wilgenstekken in de klei gestoken. Door de wilgen één keer per twee jaar om te hakken, ontspringen uitlopers op de stobbe die veel golf­­slag opvangen. Door de wilgen regelmatig te verversen, kunnen ze naar verwachting tot tachtig procent van de energie van de golven breken.
Als deze primeur zich in de praktijk bewijst, biedt het soelaas voor toekomstige dijkaanpassingen die nodig zijn in verband met hoogwaterafvoer en frequentere stormen.

Het onderzoek naar zachte kustverdediging in tropische systemen met mangroves loopt nog steeds. Hierbij kijken we naar een mogelijke toekomstige pilottoepassing van mangrovenbossen als natuurlijke kustverdediging in landen als Indonesië. Daarnaast bekijken we of we de kennis over het natuurlijke reproductie­gedrag van koralen kunnen verbreden.

Toekomst Building with Nature

In 2011 is het programma door de Topsector Water, een onderdeel van de Nederlandse overheid, gekozen als een van de 14 meest kansrijke business cases. Ecoshape heeft in november 2011 een overeenkomst gesloten met Rijks­water­staat en de Unie van Waterschappen. Met elkaar gaan we onderzoeken hoe wij nog meer oplossingen in de praktijk van Rijkswaterstaat en waterschappen kunnen introduceren. Deze samenwerking geeft ons een voorsprong in het verder ontwikkelen van kennis en het toepassen ervan. Boskalis ziet het sluiten van het convenant dan ook als een grote stap voorwaarts. Bovendien is Building with Nature opgenomen in het innovatiecontract dat in het kader van de Topsector Water is opgesteld.
In de afgelopen vijf jaar hebben we het Building with Nature-concept ontwikkeld en laten zien dat het werkt. Op dit moment wordt een vervolgprogramma voorbereid. In dit vervolgprogramma willen we op dezelfde voet voortgaan met het combineren van kennis en cases in de praktijk. We zetten volop in op het concept ‘’natuurlijke keringen’’, zowel in Nederland als elders. Ook willen we onderzoeken welke nieuwe ontwikkelingen er mogelijk zijn in kwetsbare estuaria.

Milieuvriendelijk materieel

Met gerichte maatregelen zetten wij ons in voor materieel waarmee wij zo milieuvriendelijk als mogelijk kunnen opereren.

Lees verder

Naast het onderzoek en de maatregelen om vertroebeling en CO2-emissies te beperken hebben wij samen met een aantal leveranciers nieuwe systemen en toepassingen ontwikkeld waardoor het smeermiddelen- en smeerolieverbruik op onze bagger­schepen is verminderd. Om bilge- en ballastwater op onze baggervloot te reinigen maken we gebruik van bilgewater-separatoren en ballastwaterbehandelings­systemen. Nieuwe sleepboten worden zodanig ontworpen dat er geen ballastwatertanks meer nodig zijn.
Met onze gieterijen is een schroot-managementprogramma ontwikkeld waardoor pompen, waaiers en cuttertanden gerecycled worden. In 2011 betrof dit 265.770 kilo restmateriaal.
Wij zetten ons in voor duurzaamheid in de hele keten en hechten daarom veel waarde aan een veilige en milieu­vriendelijke ontmanteling van schepen die we uit de vaart nemen. Op blz. 62 en 63 van ons Jaarverslag over 2009 kunt u daarover meer informatie vinden. In 2011 hebben wij vier van onze grote schepen duurzaam ontmanteld: de Cornelia, de Cetus, de Alpha B en de Freeway en daarnaast kleiner materieel. De Cornelia en de Freeway zijn op gespecialiseerde werven in respectievelijk Nederland en België gesloopt. De Alpha B en de Cetus zijn in India gesloopt waarbij de betreffende werf, die volledig gecertifi­ceerd is door Bureau Veritas en Germanischer Lloyd, is bezocht en na een audit akkoord is bevonden.

Beperking emissies

De Taskforce Emissies onderzoekt de mogelijkheden om de uitstoot van vervuilende stoffen terug te dringen. De Taskforce staat onder leiding van een lid van de Raad van Bestuur en kent een brede samenstelling, met specialisten en professionals uit de hele organisatie. In 2011 is een environmental officer voor de vloot aangetrokken die samen met de in 2010 aangestelde environmental officer voor de uitvoering van de werken zitting heeft in de Taskforce. De Taskforce is in 2011 vier keer bij elkaar geweest. Op de agenda stonden onder andere het gebruik van ‘scrubbers’, de inzet van schonere brandstoffen, onderzoek naar hybride motoren en ‘weather routing’ op onze schepen.

  • Schonere en zuinigere motoren: we doen onderzoek naar schonere en zuinigere motoren. Dit kunnen hybride motoren zijn zoals bijvoorbeeld de diesel-elektrisch aangedreven motoren op ons nieuwe valpijpschip en op onze hybride bulldozer.
  • Schonere brandstof: waar mogelijk gebruiken onze sleep­aboten groene walstroom gedurende hun standby-perioden en gebruiken onze baggerschepen in de zogenoemde ‘Sulphur Emission Control Areas’ zwavelarme brandstof. Op dit moment voeren we in samenwerking met Aalborg Industries een haalbaarheidstudie uit naar de inzet van een zogenaamde ‘scrubber’ die uitlaatgassen reinigt en zwaveluitstoot moet voorkomen. De eerste resultaten zijn positief, maar er is nog verder onderzoek nodig.
    Ook onderzoeken we de mogelijkheden die een schonere brandstof zoals LNG of biobrandstof ons biedt. Essentieel is de aanwezigheid van een lokale infrastructuur om dergelijke brandstoffen te kunnen bunkeren.
  • Ontwikkeling nieuw materieel en aanpassingen op bestaand materieel: ons nieuwe materieel voldoet aan de hoogste eisen op het gebied van energieverbruik. Waar mogelijk maken we ons bestaand materieel duurzamer. Onderzoek naar de aanpassing van de trim van sleephopperzuigers bij het onder­zoeksinstituut MARIN heeft interessante uitkomsten laten zien in 2011. Uitgangspunt is een minimale weerstand bij het varen zonder lading met een positief effect op het brandstof­verbruik en emissies. Het onderzoek krijgt een vervolg.
    Lamnalco is betrokken bij een onderzoek gericht op de ontwikkeling van een hybride sleepboot met LNG als brandstof.
    SMIT is bij een groot aantal onderzoeksprojecten betrokken geweest om de milieuprestaties van haar vaartuigen te verbeteren. De verschillende projecten waren voornamelijk gericht op het voortstuwingssysteem, waarbij gekeken werd naar zowel alternatieve brandstoffen als systeemconfiguraties. Dankzij de ontwikkeling van modellen om de milieueffecten en levensduurkosten te analyseren, is SMIT nu in staat om sleep­boten bij klanten in te zetten met ‘fit-for-purpose’ voortstuwings­configuraties, die voldoen aan (lokale) operationele en milieu­eisen alsmede toekomstige emissieregelgeving. Het welbekende E3-principe vormt de richtlijn bij het ontwerp van dergelijke nieuwe concepten, d.w.z. ontwerpen met een optimale balans tussen milieuprestaties, operationele efficiëntie en economische haalbaarheid.
  • Ship Energy Efficiency Management Plan (SEEMP): het SEEMP is vooral bedoeld om de bemanning bewust te maken van het energieverbruik aan boord. Samen met onze collega-baggeraars in de branche-organisatie European Dredging Association (EUDA) zijn we bezig eenduidige definities en maatregelen te definiëren voor een SEEMP per schip. In 2012 wil Boskalis beginnen met de invoer van een SEEMP op onze schepen. Een ‘weather routing’-programma zal daar onderdeel van uitmaken. Onze schepen kunnen dan steeds de optimale vaarroutes bepalen omdat het programma aanbevelingen doet om bepaalde weersituaties of zware zeegang te vermijden. Naast het feit dat het de veiligheid optimaliseert, kan het programma de reistijd en de CO2-uitstoot verminderen. In 2011 heeft Boskalis na proeven met meerdere ‘weather routing’-programma’s een contract gesloten met Meteo-consult. Het ‘weather routing’-programma is inmiddels op ruim 20 van onze grotere baggerschepen ingevoerd.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag Bron: CSR Verslag 2011, Onze milieuprestaties, Pagina 46