Boskalis jaarverslagen 2011

27. Financiële instrumenten

Algemeen

Op basis van een door de Raad van Bestuur vastgesteld beleid maakt de Groep in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van verschillende ­financiële instrumenten. Het beleid met betrekking tot financiële instrumenten is in het jaarverslag in het hoofdstuk “Corporate Governance” uitgebreid toegelicht. Financiële instrumenten van de Groep omvatten liquide middelen, debiteuren en overige vorderingen, rentedragende leningen en rekening-courantkredieten, ­crediteuren en overige schulden en afgeleide financiële instrumenten. De Groep gaat transacties aan in afgeleide financiële instrumenten, voornamelijk valutatermijncontracten en renteswaps, teneinde de ­gerelateerde risico’s af te dekken. Afgeleide financiële instrumenten worden niet voor handelsdoeleinden aangehouden.

27.1 Financieel risicobeheer

De Groep is uit hoofde van het gebruik van financiële instrumenten blootgesteld aan de volgende risico’s:

  • Kredietrisico
  • Liquiditeitsrisico
  • Marktrisico, bestaande uit: valutarisico, renterisico en prijsrisico

27.1.1 Kredietrisico

Met betrekking tot kredietrisico’s die voortvloeien uit politieke en betalingsrisico’s, hanteert de Groep een strikt acceptatie- en dekkingsbeleid. Tenzij sprake is van eerste klas kredietwaardige debiteuren, worden risico’s in principe afgedekt door middel van verzekeringen, bankgaranties, vooruitbetaling, en dergelijke. Deze procedures en de (geografische) spreiding van de activiteiten van de dochterondernemingen beperken de blootstelling aan het risico verbonden aan kredietconcentraties.

Blootstelling aan kredietrisico

Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep indien een afnemer of tegenpartij van een financieel instrument de aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt. Kredietrisico’s vloeien met name voort uit vorderingen op opdrachtgevers. De blootstelling aan kredietrisico van de Groep wordt hoofdzakelijk bepaald door de individuele kenmerken van de afzonderlijke afnemers en het land van vestiging van de afnemers. Een groot deel van de onderhanden projecten binnen Baggeren & Grondverzet en Maritieme Infrastructuur wordt direct of indirect uitgevoerd in opdracht van overheidsinstellingen en (aannemers van) olie- en gasproducenten in diverse landen en geografische gebieden.

Activiteiten met betrekking tot havensleepactiviteiten worden veelal uitgevoerd voor grote reders en lokale haven agenten. Vorderingen met betrekking tot Transport, Terminaldiensten en Heavy Lift activiteiten staan veelal uit bij olie- en gasproducenten waardoor de desbetreffende debiteuren voor een belangrijk deel aan deze branches zijn gerelateerd. Vorderingen voor bergingsactiviteiten staan voor het belangrijkste gedeelte uit bij rederijen, hun casco-assuradeuren en aansprakelijkheidsverzekeraars (Protection & Indemnity Associations: onderlinge verzekeringsmaatschappijen van reders, ofwel “P&I Clubs”). Over het algemeen is sprake van diversificatie van uitstaande vorderingen bij afzonderlijke klanten in de diverse landen waar de Groep actief is. Continue bewaking van het kredietrisico vormt onderdeel van het debiteurenbeheer. De afboekingen op debiteuren zijn niet materieel vergeleken met het activiteitenniveau van de laatste jaren. Derhalve is het management van mening dat het kredietrisico op adequate wijze wordt beheerst door middel van de huidige van toepassing zijnde procedures.

Het maximale kredietrisico op balansdatum, zonder rekening te houden met de hiervoor genoemde risico-afdekkingsinstrumenten en -beleid, bestaat uit de boekwaarden van de financiële activa zoals hieronder vermeld:

    31 december
    2011   2010
         
Langlopende vorderingen   112.064   40.373
Handelsdebiteuren   518.164   550.080
Vorderingen op geassocieerde deelnemingen   22.973   9.672
Overige vorderingen en overlopende activa   408.034   233.587
Afgeleide financiële instrumenten (te vorderen)   7.235   5.036
Te vorderen winstbelastingen   21.298   23.060
Liquide middelen   397.957   357.744
    1.487.725   1.219.552

Het maximale kredietrisico op handelsdebiteuren bedroeg op verslagdatum per operationeel segment:

    2011   2010
         
Baggeren & Grondverzet   316.468   398.082
Salvage, Transport & Heavy Lift   61.439   65.340
Harbour Towage   37.455   26.926
Terminaldiensten   41.397   41.781
Maritieme Infrastructuur   67.611   21.613
Holding   -6.206   -3.662
    518.164   550.080

De ouderdomsopbouw van de handelsdebiteuren per 31 december 2011 is als volgt:

    2011   2010
    Bruto   Bijz. waarde vermindering   Bruto   Bijz. waarde-vermindering
                 
Niet vervallen   276.884     323.935  
0-90 dagen vervallen   102.340   4.872   148.690   2.806
90-180 dagen vervallen   27.407   8.448   23.577   4.504
180-360 dagen vervallen   24.419   3.672   13.382   2.416
Meer dan 360 dagen vervallen   114.121   10.015   60.884   10.662
    545.171   27.007   570.468   20.388
                 
Bijzondere waardevermindering   -27.007       -20.388    
Boekwaarde debiteuren   518.164       550.080    

Met betrekking tot de vorderingen die niet zijn vervallen en niet zijn afgewaardeerd, bestaan er per balansdatum geen indicaties dat deze niet zullen worden voldaan.

Mutaties in de voorziening voor bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot handelsdebiteuren gedurende het jaar waren als volgt:

    2011   2010
         
Stand per 1 januari   20.388   4.435
         
Verworven via bedrijfscombinatie   1.508   15.555
In / (uit) consolidatie   -668  
Dotaties gedurende het jaar   7.168   3.738
Onttrekkingen gedurende het jaar   -70   -4.058
Vrijgevallen voorzieningen gedurende het jaar   -1.459   -88
Koersomrekeningsverschillen   140   806
    6.619   15.953
         
Stand per 31 december   27.007   20.388

Concentratierisico handelsdebiteuren

Per balansdatum is er geen sprake van concentratie van kredietrisico’s bij bepaalde partijen.

27.1.2 Liquiditeitsrisico

Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen.

Het uitgangspunt voor het managen van het liquiditeitsrisico is dat er voldoende liquiditeiten worden aangehouden dan wel kredietfaciliteiten beschikbaar zijn om te kunnen voldoen aan de huidige en toekomstige financiële verplichtingen, onder zowel normale als moeilijke omstandigheden. Liquiditeits­prognoses, inclusief beschikbare kredietfaciliteiten, vormen onderdeel van de reguliere managementinformatie ten behoeve van de Raad van Bestuur. De focus bij het managen van het liquiditeitsrisico ligt op de nettofinancieringsruimte, bestaande uit vrij beschikbare liquide middelen en beschikbare kredietfaciliteiten, in relatie tot de financiële verplichtingen. Op basis van financiële ratio’s kan worden geconcludeerd dat de Groep over een substantiële financieringsruimte beschikt onder handhaving van haar (veronderstelde) “investment grade”-kredietprofiel.

Hieronder volgen de contractuele looptijden van de financiële verplichtingen, inclusief de geschatte rentebetalingen en exclusief het effect van saldocompensatie-overeenkomsten:

    Boekwaarde   Contractuele kasstromen   Minder dan een jaar   1 - 5 jaar   Meer dan 5 jaar
                     
Per 31 december 2011                    
Hypothecaire leningen   -198.477   -244.316   -62.503   -110.501   -71.312
Overige rentedragende leningen   -593.791   -717.241   -83.490   -251.617   -382.134
Rekening-courantkredieten banken   -15.364   -15.364   -15.364    
Crediteuren en overige schulden   -1.233.125   -1.233.125   -1.233.125    
Te betalen winstbelastingen   -149.816   -149.816   -149.816    
Afgeleide financiële instrumenten   -31.315   -31.315   -20.853   2.202   -12.664
    -2.221.888   -2.391.177   -1.565.151   -359.916   -466.110

    Boekwaarde   Contractuele kasstromen   Minder dan een jaar   1 - 5 jaar   Meer dan 5 jaar
                     
Per 31 december 2010                    
Hypothecaire leningen   -216.624   -265.515   -46.030   -152.931   -66.554
Overige rentedragende leningen   -591.145   -738.900   -89.211   -238.570   -411.119
Rekening-courantkredieten banken   -1.475   -1.564   -1.564    
Crediteuren en overige schulden   -1.022.113   -1.022.113   -1.022.113    
Te betalen winstbelastingen   -163.107   -163.107   -163.107    
Afgeleide financiële instrumenten   -44.707   -44.707   -23.213   -1.235   -20.259
    -2.039.171   -2.235.906   -1.345.238   -392.736   -497.932

27.1.3 Marktrisico

Marktrisico betreft het risico dat de inkomsten van de Groep of de waarde van de beleggingen in ­financiële instrumenten nadelig worden beïnvloed door veranderingen in marktprijzen, zoals valuta­koersen en rentetarieven. Het beheer van het marktrisico heeft tot doel de marktrisicopositie binnen aanvaardbare grenzen te houden bij een optimaal rendement.

Valutarisico

Een groot deel van de opdrachten wordt gecontracteerd in vreemde valuta. Hierdoor staan de gerapporteerde financiële resultaten en kasstromen bloot aan risico’s als gevolg van gewijzigde valutakoersen. De Raad van Bestuur heeft een beleid ter beheersing van valutarisico vastgesteld met als uitgangspunt dat valutarisico’s voortkomend uit transacties in de bedrijfsvoering, onmiddellijk moeten worden afgedekt, in de meeste gevallen door middel van valutatermijncontracten. Afgeleide financiële instrumenten worden uitsluitend gebruikt voorzover sprake is van hiermee samenhangende reële transacties, voornamelijk toe­komstige kasstromen uit gecontracteerde projecten. Op kasstroomafdekkingen wordt overwegend “hedge accounting” toegepast.

Blootstelling aan valutarisico

Het beleid van de Groep terzake beheersing van valutarisico is in 2011 overeenkomstig uitgevoerd en heeft geleid tot een niet-materiële gevoeligheid van de Groep voor valutatransactierisico.

De belangrijkste wisselkoersen gedurende het verslagjaar luidden als volgt:

    Gemiddelde koers   Koers per balansdatum
Euro   2011   2010   2011   2010
                 
US dollar   1,383   1,334   1,298   1,342
Arab Emirates Dirham   5,091   4,901   4,768   4,928
Singaporese dollar   1,738   1,814   1,680   1,720
Zuid-Afrikaanse Rand   9,995   9,716   10,480   8,880
Australische dollar   1,339   1,450   1,270   1,310
Braziliaanse real   2,316   2,514   2,420   2,230

Valutatransactierisico

Het valutatransactierisico per balansdatum kan als volgt worden samengevat:

    2011   2010
         
Verwachte kasstromen in US Dollars   162.875   139.626
Verwachte kasstromen in Australische Dollars   2.835   39.061
Verwachte kasstromen in Singaporese Dollars   -2.363   55.573
Verwachte kasstromen in overige valuta's   72.435   97.243
Verwachte kasstromen in vreemde valuta's   235.782   331.503
         
Kasstroomafdekkingen   223.716   325.970
         
Netto positie   12.066   5.533

Door de min of meer vaste koppeling van de wisselkoersverhouding tussen een aantal valuta en de US Dollars zijn deze valuta deels afgedekt door middel van US Dollar-kasstroomafdekkingen.

Valutatranslatierisico en financiering

Het valutatranslatierisico betreft het valutakoersrisico op de netto vermogenspositie van dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen en joint ventures, waarvan de functionele valuta een andere is dan de presentatievaluta van de Groep. Deze deelnemingen worden bezien vanuit een langetermijnvisie. Wisselkoersrisico’s die samenhangen met de investeringen in deze deelnemingen worden niet afgedekt. Er wordt vanuit gegaan dat valutakoersschommelingen, rente- en inflatieontwikkelingen elkaar op lange termijn zullen compenseren. Posten op de winst- en verliesrekeningen van deze deel­nemingen worden omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers. Koersomrekenings­verschillen worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van het groepsvermogen gebracht.

Per balansdatum is de netto vermogenspositie van de belangrijkste groepsmaatschappijen, deelnemingen en joint ventures in de belangrijkste functionele valuta’s als volgt:

Euro   2011   2010
         
US dollar   365.357   215.395
Singaporese dollar   272.259   243.250
Zuid-Afrikaanse rand   30.174   39.644
Braziliaanse real   56.669   23.074
         
Totaal netto vermogen   724.459   521.363

Daarnaast is een lening verstrekt van US Dollar 206,2 miljoen aan Lamnalco. Deze lening is middels afgeleide financiële instrumenten omgewisseld naar euro’s.

Gevoeligheidsanalyse

De Groep is in belangrijke mate gefinancierd met bankfinanciering luidende in euro’s en een US Private Placement luidende in US dollars en Britse ponden (zie toelichting 23). Deze laatste financiering is middels cross currency swaps omgewisseld naar euro’s en daarmee is er per saldo geen koersgevoeligheid in de winst- en verliesrekening. De SMIT activiteiten in Brazilië hebben onderliggend deels een US Dollar kasinstroom welke lokaal is ingedekt met een kasuitstroom op de US Dollar financiering (uitstaande financiering: US dollar 54,2 miljoen). Een verzwakking van de US dollar ten opzichte van de Braziliaanse real van 5% resulteert in een koerswinst van € 2,1 miljoen en vice versa waarbij is aangenomen dat de koersverhouding met de Euro niet wijzigt. Deze koersomrekeningsverschillen terzake worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. De overige US dollarleningen dienen voornamelijk ter financiering van materiële vaste activa van proportioneel meegeconsolideerde strategische joint ventures.

Over 2011 zou de winst voor belasting, exclusief het effect op niet effectieve kasstroomafdekkingen, € 4,1 miljoen hoger (2010: € 2,6 miljoen hoger) zijn geweest indien sprake zou zijn van een toename van 5% van de hiervoor genoemde niet in Euro luidende belangrijkste functionele valuta’s ten opzichte van de Euro. Hierbij wordt aangenomen dat alle andere ­variabelen, met name de rentetarieven, constant blijven. Het totaaleffect op de koersomrekeningsreserve bedraagt circa € 36 miljoen (2010: circa € 26 miljoen).

Een verzwakking met 5% van de hiervoor genoemde niet in Euro luidende belangrijkste functionele valuta’s ten opzichte van de euro per jaareinde zou een vergelijkbaar maar tegengesteld effect hebben gehad, aangenomen dat alle andere variabelen constant blijven.

Renterisico

De verplichtingen van de Groep kennen zowel variabele als vaste rentevoeten. Het uitgangspunt bij het beheersen van renterisico’s is dat de rentes met betrekking tot opgenomen langlopende leningen in beginsel voor de gehele looptijd worden gefixeerd. Dit wordt gerealiseerd door het opnemen van leningen met een vaste rente of door gebruik te maken van derivaten zoals renteswaps.

De effectieve rentevoet en looptijdprofielen van de leningen, deposito’s en banktegoeden en contanten zijn als volgt:

    Effectieve rentevoet   Minder dan een jaar   1 - 5 jaar   Meer dan 5 jaar   Totaal
                     
Per 31 december 2011                    
                     
Banktegoeden en contanten   0,46%   243.474       243.474
Kortlopende deposito's   0,39%   154.483       154.483
Hypothecaire leningen (euro)   4,28%   -6.543   -25.337   -9.447   -41.327
Hypothecaire leningen (US$)   5,01%   -42.237   -48.622   -35.373   -126.232
Hypothecaire leningen (overig)   7,60%   -3.280   -13.404   -14.234   -30.918
Overige bankleningen (euro)   3,95%   -50.606   -177.248   -348.121   -575.975
Overige bankleningen (overig)   1,27%   -9.906   -7.652   -258   -17.816
Rekening-courantkredieten (euro)   4,00%   -7.041       -7.041
Rekening-courantkredieten (US$)   3,30%   -8.094       -8.094
Rekening-courantkredieten (overig)   3,96%   -229       -229
        270.021   -272.263   -407.433   -409.675

    Effectieve rentevoet   Minder dan een jaar   1 - 5 jaar   Meer dan 5 jaar   Totaal
                     
Per 31 december 2010                    
                     
Banktegoeden en contanten   0,41%   200.018       200.018
Kortlopende deposito's   0,60%   157.726       157.726
Hypothecaire leningen (euro)   4,47%   -8.167   -29.459   -18.522   -56.148
Hypothecaire leningen (US$)   4,80%   -25.480   -91.377   -25.216   -142.073
Hypothecaire leningen (overig)   8,30%   -1.526   -6.800   -10.077   -18.403
Overige bankleningen (euro)   3,72%   -66.071   -170.944   -333.969   -570.984
Overige bankleningen (US$)   1,87%   -1.522   -3.884   -14.755   -20.161
Rekening-courantkredieten (overig)   6,00%   -1.475       -1.475
        253.503   -302.464   -402.539   -451.500

Kortlopende banktegoeden, deposito’s en rekening-courantkredieten en de overige bankleningen zijn niet vastrentend.

Gevoeligheidsanalyse

De beheersing van renterisico heeft ten doel het effect van korte termijn renteschommelingen op de groeps­resultaten te beperken. Op de lange termijn echter zullen blijvende wijzigingen in rentepercentages van invloed zijn op het resultaat.

Op de verslagdatum zag het renteprofiel van de rentedragende financiële instrumenten van de Groep, rekening houdend met de aan deze instrumenten gekoppelde effectieve afdekkingsinstrumenten, er als volgt uit:

    2011   2010
         
Instrumenten met een vaste rente        
Financiële activa   209.862   88.343
Financiële passiva   -651.253   -661.778
    -441.391   -573.435
         
Instrumenten met een variabele rente        
Financiële activa   267.517   269.401
Financiële passiva   -156.371   -147.466
    111.146   121.935

Door een daling van 100 basispunten in de rentestanden per 31 december 2011 zou het groepsresultaat voor belastingen met € 1,1 miljoen (2010: € 1,2 miljoen) zijn afgenomen. Aangenomen wordt dat alle andere variabelen, met name de valutakoersen, constant blijven.

Prijsrisico’s

Met risico’s ten aanzien van prijsontwikkelingen aan de inkoopzijde, zoals lonen, materiaalkosten, kosten van onderaannemers, brandstoffen en dergelijke, die in het algemeen voor rekening van de Groep zijn, wordt rekening gehouden bij het opstellen van de kostprijscalculaties en offertes. Daar waar mogelijk worden, vooral bij projecten met een lange uitvoeringsduur, met opdrachtgevers prijsindexeringsclausules overeengekomen.

Met betrekking tot brandstofprijsrisico’s heeft de Raad van Bestuur een beleid ter beheersing van brandstofprijsrisico’s vastgesteld waarin uiteengezet wordt welke instrumenten ter beheersing van het brandstofprijsrisico’s zijn toegestaan. Deze instrumenten omvatten: levering van brandstof door de opdrachtgever, prijsindexeringsclausules, vaste-prijs leveringscontracten en afgeleide financiële instrumenten (termijn­contracten, futures en swaps).

27.2 In de balans opgenomen financiële instrumenten en reële waarde

Onder de activa en passiva verantwoorde financiële instrumenten zijn onder meer financiële vaste activa, liquide middelen, vorderingen en kort- en langlopende schulden. De afgeleide financiële instrumenten betreffen voornamelijk door middel van valutatermijncontracten afgedekte toekomstige kasstromen waarop “hedge accounting” wordt toegepast. Daarnaast lopen er een aantal renteswaps. Deze zijn verantwoord onder de post Afgeleide financiële instrumenten.

De reële waarde van de meeste financiële instrumenten wijkt niet materieel af van de boekwaarde met uitzondering van, lang- en kortlopende, leningen en overige schulden met een vaste rente. De reële waarde van deze schulden is € 15,0 miljoen hoger dan de boekwaarde (2010: € 7,7 miljoen)

Hiërarchie reële waarde

Conform IFRS 7 wordt voor de bepaling van de reële waarde van de opgenomen financiële instrumenten een aantal waarderingsniveaus gedefinieerd:

  • Niveau 1: genoteerde marktprijzen (niet gecorrigeerd) in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen.
  • Niveau 2: input die geen onder niveau 1 vallende genoteerde marktprijs betreft en die waarneembaar is voor het actief of de verplichting, hetzij rechtstreeks (in de vorm van een prijs) hetzij indirect (dat wil zeggen, afgeleid van een prijs).
  • Niveau 3: input voor het actief dat of de verplichting die niet op waarneembare marktgegevens is gebaseerd (niet-waarneembare input).

De groep heeft de reële waarde van de financiële instrumenten, de enige voor deze bepaling kwalificerende categorie, bepaald op basis van niveau 2 (2010: niveau 2).

De reële waarde van afgeleide financiële instrumenten is ontleend aan de termijnkoersen op afwikkelingsdatum, per einde van het boekjaar (niet gecorrigeerde marktprijzen in actieve markten voor identieke activa of verplichtingen). De reële waarde van de overige financiële instrumenten is gebaseerd op de actuele rente op balansdatum rekening houdende met de looptijd en condities. De effectieve renten wijken niet materieel af van de huidige marktrenten. De reële waarde van niet-rentedragende financiële instrumenten met een looptijd korter dan een jaar is gelijk gesteld aan de boekwaarde.

Afgeleide financiele instrumenten

De samenstelling van de uitstaande afgeleide financiële instrumenten op balansdatum is onderstaand weergegeven.

2011   Binnen één jaar   Meer dan één jaar   Totaal
             
USD verkopen op termijn (in US$)   338.798   18.871   357.669
USD aankopen op termijn (in US$)   70.389     70.389
Overige valuta verkopen op termijn (gemiddelde contractkoers in euro)   81.355   10.818   92.173
Overige valuta aankopen op termijn (gemiddelde contractkoers in euro)   53.668     53.668
Fuel hedges (in US$)   -66   -115   -181
Interest Rate Swaps (in US$)   -763   -1.893   -2.656
Interest Rate Swaps (in EUR)   1.788   -5.311   -3.523

2010   Binnen één jaar   Meer dan één jaar   Totaal
             
USD verkopen op termijn (in US$)   223.418   30.069   253.487
USD aankopen op termijn (in US$)   43.136   2.450   45.586
Overige valuta verkopen op termijn (gemiddelde contractkoers in euro)   217.278   32.985   250.263
Overige valuta aankopen op termijn (gemiddelde contractkoers in euro)   87.232   10.415   97.647
Fuel hedges (in US$)   -2.690     -2.690
Overige financiële instrumenten (in US$)   -58   -18   -76
Interest Rate Swaps (in US$)   -1.441   -4.550   -5.991
Interest Rate Swaps (in EUR)   -334   -17.020   -17.354

De resterende looptijden van deze afgeleide financiële instrumenten hebben een directe relatie met de resterende looptijd van de betreffende onderliggende contracten in de orderportefeuille.

De kasstromen uit valuta aan- en verkopen op termijn kunnen op basis van afwijkingen met de onderliggende kasstromen op afwikkeldatum worden doorgerold.

De resultaten op effectieve kasstroomafdekkingen zijn als volgt in het groepsvermogen verwerkt:

    2011   2010
         
Stand afdekkingsreserve per 1 januari   -2.354   8.262
         
In het groepsvermogen opgenomen mutatie reële waarde effectieve kasstroomafdekkingen   2.937   -4.380
Overgebracht naar de winst- en verliesrekening   3.137   -7.174
Totaal direct verwerkt in het groepsvermogen   6.074   -11.554
Belastingen   -921   938
Direct ten laste van de afdekkingsreserve (na belastingen)   5.153   -10.616
         
Stand afdekkingsreserve per 31 december   2.799   -2.354

De resultaten op niet-effectieve kasstroomafdekkingen zijn verantwoord in de grondstoffen, materialen en diensten en bedragen over 2011 € 0,9 miljoen negatief (2010: € 6,2 miljoen negatief).

27.3 Kapitaalbeheer

Het beleid van de Raad van Bestuur is gericht op de handhaving van een sterke vermogenspositie waarmee het vertrouwen van opdrachtgevers, beleggers, crediteuren en de markten kan worden behouden en de toekomstige ontwikkeling van de bedrijfsactiviteiten kan worden gestimuleerd. De Raad van Bestuur bewaakt het rendement op het eigen vermogen, dat door de Groep wordt gedefinieerd als het nettogroepsresultaat gedeeld door het eigen vermogen, exclusief minderheidsbelangen. De Raad van Bestuur bewaakt tevens het niveau van het aan gewone aandeelhouders uit te keren dividend. Voor het dividendbeleid wordt verwezen naar Aandeelhoudersinformatie in het Jaarverslag.

De Raad van Bestuur streeft naar een evenwicht tussen een hoger rendement dat mogelijk zou zijn met een hoger niveau aan vreemd vermogen enerzijds en de voordelen van een solide vermogenspositie anderzijds. Het doel van de Groep is een langetermijnrentabiliteit van het eigen vermogen van tenminste 12%; in 2011 bedroeg deze rentabiliteit 15,4% (2010: 21,7%).

Koninklijke Boskalis Westminster N.V. beschikt niet over een vastomlijnde regeling voor de inkoop van eigen aandelen. Er zijn het afgelopen jaar geen wijzigingen aangebracht in de kapitaalbeheerbenadering van de Groep. De vennootschap noch haar dochterondernemingen zijn onderworpen aan van buitenaf opgelegde kapitaalvereisten.

De verhouding tussen vreemd vermogen (€ 2.926 miljoen; 2010: € 2.716 miljoen) en groepsvermogen (€ 1.747 miljoen; 2010: € 1.599 miljoen) aan het einde van de verslagperiode bedraagt 1,67 (2010: 1,70).

27.4 Overige financiële instrumenten

De Stichting Continuïteit KBW (hierna te noemen de Stichting) heeft ter uitvoering van het besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders d.d. 9 mei 2001 het recht verkregen tot het nemen van cumulatief beschermingspreferente aandelen in Koninklijke Boskalis Westminster N.V. voor een nominaal bedrag dat gelijk is aan het nominale bedrag van de ten tijde van plaatsing van bedoelde aandelen uitstaande gewone aandelen. Dit optierecht kwalificeert als een afgeleide financiële verplichting, met de volgende belangrijke condities. Plaatsing bij de Stichting geschiedt a pari tegen een 25%-storting in contanten, restant volstorting geschiedt na opvraging in overleg met Koninklijke Boskalis Westminster N.V. door de Stichting. Na plaatsing is Koninklijke Boskalis Westminster N.V. verplicht de aandelen op verzoek van de Stichting te kopen of in te trekken. Het preferente dividendrecht bedraagt Euribor met een opslag van maximaal 4%. Het rente- en kredietrisico is beperkt. De reële waarde van het optierecht bedraagt nihil.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag Bron: Jaarrekening 2011, Pagina 100