Boskalis jaarverslagen 2011

3 Belangrijkste grondslagen voor financiële verslaggeving

De hierna uiteengezette grondslagen voor financiële verslaggeving zijn consistent toegepast voor alle gepresenteerde perioden in deze geconsolideerde jaarrekening en zijn tevens consequent toegepast door de Groepsentiteiten.

3.1 Opmaak en waardering

De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld in euro, de functionele valuta van de Groep. De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld op basis van historische kostprijzen voor zover IFRS de waardering en resultaatbepaling van specifieke posten niet op andere wijze voorschrijft. Het opmaken van de jaarrekening brengt met zich mee dat beoordelingen, inschattingen en aannames van het management mede de opgenomen bedragen van activa, passiva, opbrengsten en kosten bepalen. Inschattingen en aan­names hebben met name betrekking op de waardering van immateriële activa (inclusief goodwill), materiële vaste activa, eindewerkresultaten op onderhanden werken, pensioenverplichtingen, belastingposities, voorzieningen en financiële instrumenten. Beoordelingen door het management in toepassing van IFRS die een belangrijk effect hebben op de jaarrekening betreffen de kwalificatie van deelnemingen als dochteronderneming, joint venture of geassocieerde deelneming. De informatie terzake is opgenomen in de toelichtingen op deze posten. Behalve de al in de toelichting op de jaarrekening uiteengezette elementen zijn er geen andere kritische waarderings­inschattingen in de toepassing van de grondslagen die een nadere toelichting vereisen. De gemaakte inschattingen en daarmee samenhangende aannames zijn gebaseerd op ervaringen en inzichten van het management en op de ontwikkeling van externe factoren die onder de gegeven omstandigheden als redelijk kunnen worden beschouwd. Inschattingen en aannames zijn aan wijzigingen, als gevolg van veranderende feiten en inzichten, onderhevig en kunnen per verslagperiode andere uitkomsten hebben. De mutaties in deze uitkomsten worden, afhankelijk van de aard van de betreffende post, verwerkt in de balans of in de winst- en verliesrekening. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van eerdere op basis van inschattingen en aannames gerapporteerde resultaten. Alle bedragen in de toelichting luiden, tenzij anders vermeld, in duizenden euro’s.

3.2 Consolidatie

3.2.1 bedrijfscombinaties en verwerving van minderheidsbelangen

Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode per de overnamedatum, dat wil zeggen de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep.

Er is sprake van zeggenschap als de Groep de mogelijkheid heeft om het financiële en operationele beleid van een entiteit te bepalen teneinde voordelen te verkrijgen uit de activiteiten van de entiteit. Bij de beoordeling van zeggenschap houdt de Groep rekening met potentiële stemrechten die op dat moment uitoefenbaar zijn.

De groep waardeert de goodwill per overname­datum als:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het opgenomen bedrag van eventuele minderheids­belangen in de overgenomen partij; plus
  • indien de bedrijfscombinatie in fasen plaatsvindt, de reële waarde van het voorafgaande belang in de overgenomen partij; verminderd
  • met het opgenomen nettobedrag (over het algemeen de reële waarde) van de identificeer­bare verworven activa en aangegane verplichtingen.

Indien het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een boekwinst uit een voordelige koop in de winst- en verliesrekening opgenomen.

In de overgedragen vergoeding is geen bedrag begrepen voor de afwikkeling van bestaande relaties. Een dergelijk bedrag wordt in de winst- en verlies­rekening opgenomen. Door de Groep gemaakte kosten in verband met een bedrijfscombinatie, niet zijnde kosten in verband met de uitgifte van aandelen of obligaties, worden verantwoord wanneer zij worden gemaakt. De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling verantwoord binnen het eigen vermogen. In het andere geval worden wijzigingen na eerste opname in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Verantwoording van verwerving van minderheids­belangen

Verworven minderheidsbelangen worden verwerkt als transacties met eigenaars in hun capaciteit als eigenaar en er wordt uit hoofde van dergelijke transacties geen goodwill opgenomen. De aanpassingen van de minderheidsbelangen uit hoofde van transacties waarbij geen sprake is van zeggenschap zijn gebaseerd op een evenredig bedrag van de netto-activa van de dochteronderneming.

3.2.2 Dochterondernemingen

Dochterondernemingen worden op grond van feitelijke beslissende zeggenschap voor 100%, rekening houdend
met minder­heids­belangen, in de consolidatie betrokken.
De jaarrekeningen van dochter­ondernemingen zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum waarop voor het eerst sprake is van zeggenschap, tot aan het moment waarop deze eindigt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochteronder­nemingen zijn waar nodig aangepast aan de door Groep gehanteerde grondslagen.

Bij verlies van zeggenschap worden de activa en verplichtingen van de dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en overige met de dochter samenhangende vermogens­componenten niet langer in de balans verantwoord. Het eventuele overschot of tekort op het verlies van zeggenschap wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening. Indien de Groep een belang houdt in de voormalige dochter­onderneming, wordt dat belang tegen de reële waarde verantwoord per de datum dat niet langer sprake was van zeggenschap. Het belang wordt na eerste opname verantwoord als een joint venture of als geassocieerde deelneming, afhankelijk van de mate en soort van behouden invloed.

3.2.3 Joint ventures

Joint ventures zijn die entiteiten waarover de Groep gezamenlijke zeggenschap heeft, waarbij deze zeggenschap in een overeenkomst is vastgelegd en waarin strategische beslissingen over het financiële en operationele beleid met unanieme instemming moeten worden genomen. Joint ventures, zowel strategische allianties als op contractuele afspraken gebaseerde projectgedreven aannemings­combinaties, worden op basis van het aandeel in de feitelijke gezamenlijke zeggenschap op proportionele basis in de consolidatie opgenomen. Vorderingen op en schulden aan projectgedreven aannemingscombinaties worden in de consolidatie geëlimineerd. Eliminatieverschillen als gevolg van onbalans tussen partners in rekeningen-courant met projectgedreven aannemingscombinaties, bijvoorbeeld door leverantie­verschillen in de tijd, worden in de geconsolideerde balans als overige vorderingen of overige schulden opgenomen.

3.2.4 Geassocieerde deelnemingen

Aandelenbelangen die op grond van het criterium van feitelijke beslissende zeggenschap niet in aanmerking komen voor consolidatie, maar waarbij invloed van betekenis op het financiële en operationele beleid bestaat, worden opgenomen in de post Geassocieerde deelnemingen. Invloed van betekenis wordt verondersteld te bestaan indien de Groep houder is van 20 procent en meer van de stemrechten van een andere entiteit. De geconsolideerde jaarrekening omvat het aandeel van de Groep in het resultaat van geassocieerde deelnemingen, na correctie van de grondslagen in overeenstemming met de grondslagen van de Groep, vanaf de datum waarop de Groep voor het eerst invloed van betekenis heeft, tot aan de datum waarop voor het laatst sprake is van invloed van betekenis (zie toelichting 3.8).

3.2.5 Eliminatie van transacties bij consolidatie

Intragroep vorderingen en schulden alsmede onderlinge leveringen en financieringsbaten en –lasten binnen de Groep en niet-gerealiseerde resultaten binnen de Groep en met geassocieerde deelnemingen en joint ventures worden naar rato van het belang dat de Groep in de investering heeft, in de consolidatie geëlimineerd.

3.3 Vreemde valuta

De activa en passiva van buitenlandse dochteronder­nemingen en joint ventures die luiden in andere functionele valuta dan de euro, zijn omgerekend tegen de koersen per het einde van het verslagjaar c.q. de verslagperiode. De posten van de winst- en verliesrekeningen van de betreffende buitenlandse dochterondernemingen en joint ventures zijn omgerekend tegen gemiddelde koersen, die de transactie­koersen gedurende het jaar benaderen. De uit deze systematiek voortvloeiende koersomrekenings­verschillen worden rechtstreeks ten gunste, dan wel ten laste van de koersomrekeningsreserve in het groepsvermogen gebracht. Koersverschillen als gevolg van transacties in de bedrijfs­voering worden ten gunste of ten laste van het resultaat over de lopende verslagperiode gebracht. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen worden op balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. De valutakoersverschillen met betrekking tot de monetaire posten omvatten het verschil tussen de geamortiseerde kostprijs in de functionele valuta aan het begin van het jaar, gecorrigeerd voor de effectieve rente en betalingen gedurende het boekjaar, en de geamortiseerde kostprijs in buitenlandse valuta omgerekend tegen de wisselkoers aan het einde van het jaar. In vreemde valuta luidende niet-monetaire activa en verplichtingen die op basis van historische kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum. Koersverschillen op langlopende vorderingen, leningen en overige financieringsverplichtingen worden verantwoord als financieringsbaten en –lasten; overige koersverschillen als gevolg van transacties in de bedrijfsvoering worden verantwoord in de betreffende posten en binnen het bedrijfsresultaat.

3.4 Afgeleide financiële instrumenten en afdekking van kasstromen

De Groep heeft als beleid dat alle operationele valutarisico’s, die vooral betrekking hebben op toekomstige kasstromen uit contracten die geheel of gedeeltelijk luiden in andere valuta dan de betreffende functionele valuta en die een hoge mate van waarschijnlijkheid van realisatie hebben, worden afgedekt door middel van kasstroom­afdekkingen. Ook kunnen brandstofprijs­risico’s en renterisico’s in toekomstige kasstromen door middel van specifieke derivaten worden afgedekt.

Op kasstroomafdekkingen wordt overwegend “hedge accounting” toegepast, hetgeen als volgt is uitgewerkt. Op het moment dat de afdekking voor het eerst wordt aangewezen, documenteert de Groep formeel de relatie die bestaat tussen afdekkings­instrument(en) en afgedekte positie(s), inclusief haar risicodoelstellingen en strategie bij het aangaan van de afdekkingstransactie, alsmede de methode die wordt gebruikt om de effectiviteit van de afdekkingsrelatie vast te stellen. Bij het aangaan van de afdekkingsrelatie en daarna doorlopend beoordeelt de Groep of de afdekkingsinstrumenten naar verwachting gedurende de periode waarvoor de afdekking is aangewezen ‘effectief’ zullen zijn in het bereiken van compensatie van aan de afgedekte positie(s) toe te rekenen veranderingen in reële waarde of kasstromen, en of de daadwerkelijke resultaten van iedere afdekking binnen een bereik van 80 tot 125 procent vallen. Een kasstroomafdekking van een verwachte transactie vereist dat het zeer waarschijnlijk is dat de transactie zal plaatsvinden en deze transactie een blootstelling zou opleveren aan variabiliteit van kasstromen die dusdanig is dat deze uiteindelijk van invloed zou kunnen zijn op het gerapporteerde netto­resultaat.

De toepassing van hedge accounting betekent dat marktwaardemutaties van nog niet afgewikkelde kasstroomafdekkingen, inclusief gerealiseerde resultaten op het doorrollen van bestaande afdekkingen als gevolg van afwijkende looptijden van de betreffende afdekkingen en de onderliggende kasstromen, rekening houdend met belastingen, direct ten gunste of ten laste van de afdekkingsreserve in het groepsvermogen worden gebracht. Indien een ten gunste of ten laste van het groepsvermogen opgenomen kasstroom­afdekking expireert, wordt tegengesloten of wordt uitgeoefend danwel de afdekkingsrelatie met de onderliggende kasstromen niet meer als effectief kan worden aangemerkt, maar zolang de onderliggende kasstroom naar verwachting nog steeds zal plaatsvinden, blijft het cumulatieve resultaat in het groepsvermogen opgenomen tot de verslagperiode waarin de onderliggende kasstroom zich voordoet. Alsdan wordt het cumulatieve resultaat direct ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Marktwaarde­mutaties van kasstroomafdekkingen waarop geen hedge accounting wordt toegepast (niet-effectieve kasstroomafdekkingen en het niet-effectieve deel van effectieve kasstroom­afdekkingen), worden ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening over de lopende verslagperiode gebracht. Resultaten uit afgewikkelde effectieve kasstroomafdekkingen en marktwaardemutaties van niet-effectieve kasstroomafdekkingen worden, voorzover deze langlopende vorderingen, leningen en overige financieringsverplichtingen betreffen, verantwoord als financieringsbaten en -lasten en voor het overige in de betreffende posten binnen het bedrijfsresultaat. Afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde; toerekenbare transactiekosten worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt. Na de eerste opname worden afgeleide financiële instrumenten tegen reële waarde gewaardeerd en eventuele wijzigingen worden op de hiervoor beschreven manier verantwoord.

3.5 Bijzondere waardeverminderingen

De boekwaarde van de activa van de Groep, uitgezonderd voorraden, een actief uit hoofde van personeelsbeloningen en uitgestelde belastingvorderingen, wordt per balansdatum opnieuw bezien om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief. Voor goodwill en activa met een onbepaalde gebruiksduur wordt jaarlijks de realiseerbare waarde geschat. Er wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies opgenomen wanneer de boekwaarde van een actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de realiseerbare waarde.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen met betrekking tot kasstroomgenererende eenheden worden eerst in mindering gebracht op de boekwaarde van eventueel aan kasstroomgenererende eenheden (of groepen van eenheden) toegerekende goodwill en vervolgens naar rato in mindering gebracht op de boekwaarde van de overige activa van de eenheid (of groep van eenheden).

De realiseerbare waarde van tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerde vorderingen wordt berekend als de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente. Voor de overige activa of kasstroom­genererende eenheden is de realiseerbare waarde gelijk aan de reële waarde minus verkoopkosten of de bedrijfswaarde, indien deze hoger is. Bij het bepalen van de bedrijfswaarde wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als de specifieke risico’s met betrekking tot het actief. Voor drijvend en ander aannemingsmaterieel wordt in de disconteringsvoet rekening gehouden met risico’s voor zover deze al niet zijn opgenomen in de geschatte toekomstige kasstromen.

Indicaties voor bijzondere waardeverminderingen van met name drijvend en ander aannemingsmaterieel worden gebaseerd op meerjarige verwachtingen van de materieelexploitatie van materieel of indien van toepassing groepen van onderling uitwisselbaar materieel. Ingeval van indicaties voor bijzondere waardeverminderingen wordt de realiseerbare waarde bepaald op basis van de directe opbrengstwaarde of de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen, gedurende de resterende levensduur, uit de materieelexploitatie van het betreffende materieel of groep van onderling uitwisselbaar materieel.

Met betrekking tot goodwill worden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen teruggenomen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen amortisatiewaarde gewaardeerde vordering wordt teruggenomen indien de terugname objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die zich heeft voorgedaan nadat dit bijzonder waardeverminderingsverlies werd opgenomen. Voor andere activa worden bijzondere waardeverminderingsverliezen teruggenomen als de schattingen zijn veranderd aan de hand waarvan de realiseerbare waarde was bepaald, echter uitsluitend voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde na aftrek van afschrijvingen of amortisatie die zou zijn bepaald als geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.

3.6 Immateriële activa

Goodwill bestaat uit het bij de verwerving van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde deelnemingen vast­gestelde verschil tussen de verwervingsprijs en de reële waarde van de verworven activa en verplichtingen, op basis van de waarderingsgrondslagen van Koninklijke Boskalis Westminster N.V. Hierbij wordt de goodwill toegerekend aan de kasstroomgenerende eenheid welke het laagste niveau representeert waarop de Groep voor interne management doeleinden goodwill bewaakt uit hoofde van intern beheer, hetgeen niet hoger is dan het niveau van de operationele segmenten van de Groep. Goodwill en overige immateriële activa worden geactiveerd onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Stelselmatige afschrijving op goodwill en immateriële activa met een onbeperkte gebruiksduur vindt niet plaats. Jaarlijks, of indien er een indicatie is voor een bijzondere waardevermindering, wordt de boekwaarde hiervan getest op bijzondere waarde­vermindering (zie toelichting 3.5). Eventueel bij een overname ontstane negatieve goodwill wordt direct ten gunste van het resultaat gebracht. Met betrekking tot geassocieerde deel­nemingen is de boekwaarde van de goodwill opgenomen in de boekwaarde van de investering.
Overige immateriële activa worden uitsluitend geactiveerd, wanneer het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen die een actief in zich bergt, zullen toekomen aan de Groep en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Overige immateriële activa, met een eindige gebruiksduur, worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met cumulatieve amortisatie en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De amortisatie op bij acquisitie gewaarde merknamen vindt plaats over vier jaar; de amortisatie van bij acquisities gewaardeerde klantportefeuilles en –contracten vindt plaats over zeven tot dertien jaar.

Uitgaven voor onderzoeksactiviteiten, die worden verricht met het vooruitzicht nieuwe wetenschappelijke of technische kennis en inzichten te verwerven, worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt. Ontwikkelingskosten worden indien materieel geactiveerd. Deze kosten hangen met name samen met investeringen in baggermaterieel. De overige in omvang beperkte kosten voor ontwikkeling komen direct ten laste van de winst- en verliesrekening.

3.7 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden opgenomen tegen kostprijs verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen berekend vanaf de datum van ingebruikstelling en cumulatieve bijzondere waarde­verminderingen. De kostprijs is gebaseerd op de aanschafprijs en/of de intern gegenereerde kostprijs gebaseerd op direct toerekenbare kosten. De hoogte van de afschrijvingen is, rekening houdend met een aangenomen restwaarde, bepaald door een aan de verschillende objecten toegekende geschatte resterende gebruiksduur. Modificaties en capaciteits­vergrotende investeringen worden eveneens tegen kostprijs geactiveerd en lineair afgeschreven gedurende de resterende levensduur van het betreffende activum. Materieel in aanbouw wordt op de balans opgenomen voor de betaalde termijnen, inclusief interest gedurende de bouw. Wanneer materiële vaste activa bestaan uit onderdelen met een ongelijke gebruiksduur, worden deze als afzonderlijke posten afgeschreven.

Gebouwen worden in termijnen variërend van tien tot vijftig jaar afgeschreven. De afschrijvingstermijnen van het overwegende deel van drijvend en ander aannemingsmaterieel variëren van tien tot twintig jaar. Inventarissen en andere vaste bedrijfsmiddelen hebben afschrijvingstermijnen tussen de drie en tien jaar. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De slijtage van baggermaterieel is sterk afhankelijk van moeilijk voorspelbare projectspecifieke combinaties van grondomstandigheden, te verwerken materiaal, maritieme omstandigheden en de intensiteit van de inzet van het materieel. De als gevolg hiervan grillige en tijdonafhankelijke onderhoudskosten ter instandhouding van de activa worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. In uitzonderingsgevallen komen onderhoudskosten in aanmerking voor activering en
lineaire afschrijving.

Wanneer geherwaardeerde materiële vaste activa worden verkocht, wordt het betreffende bedrag uit de herwaarderingsreserve overgeheveld naar de post ingehouden winsten.
Afschrijvingsmethoden, gebruiksduur en restwaarde worden op het einde van ieder boekjaar opnieuw geëvalueerd en, indien noodzakelijk, aangepast.

Leaseovereenkomsten waarbij de Groep vrijwel alle aan het eigendom verbonden risico’s en voordelen overneemt, worden geclassificeerd als financiële leases. Bij de eerste opname wordt het geleasde actief gewaardeerd als vaste activa die via financiële lease zijn verworven, worden gewaardeerd op de laagste van de reële waarde of de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Na de eerste opname geschiedt de verwerking in overeenstemming met de van toepassing zijnde grondslag.

Overige leases betreffen operationele lease­overeenkomsten; deze worden niet in de balans van de Groep opgenomen.

3.8 Geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen, worden bij eerste opname gewaardeerd tegen kostprijs. In de investering is begrepen de bij de acquisitie vastgestelde goodwill. Daarna worden deze deelnemingen verantwoord op basis van de ‘equity’- methode, gecorrigeerd voor verschillen met de grondslagen van de Groep, onder aftrek van cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Wanneer het aandeel van de Groep in de verliezen groter is dan de waarde van het belang in een geassocieerde deelneming, wordt de boekwaarde van dat belang in de balans van de Groep afgeboekt tot nihil en worden verdere verliezen niet meer in aanmerking genomen behalve voor zover de Groep een in rechte afdwingbare en feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen heeft verricht namens de geassocieerde deelneming.

3.9 Langlopende vorderingen

De langlopende vorderingen worden overwegend voor de lange termijn en/of tot einde looptijd gehouden en gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen worden op de boekwaarde in mindering gebracht.

3.10 Voorraden

De voorraden, voornamelijk bestaande uit brandstof, hulpstoffen en reserveonderdelen, worden gewaardeerd tegen gemiddelde inkoopprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Netto-opbrengst­waarde is de geschatte verkoopprijs bij normale bedrijfsuitoefening, verminderd met de geschatte verkoopkosten.

3.11 Te vorderen van en verschuldigd aan opdrachtgevers

De te vorderen bedragen van opdrachtgevers betreffen de nog in rekening te brengen bedragen die naar verwachting bij opdrachtgevers zullen worden geïnd voor tot de verslagdatum uitgevoerde contractwerkzaamheden (hierna te noemen “onderhanden werken”) en verleende diensten (met name bergingsprojecten). Onderhanden werken worden gewaardeerd tegen de kostprijs van het verrichte werk, vermeerderd met het naar rato van de voortgang gerealiseerde deel van de verwachte eindewerkresultaten en verminderd met de gedeclareerde termijnen, vooruitbetalingen en eventuele verliesvoorzieningen. Voor verwachte verliezen op onderhanden werken worden voorzieningen getroffen zodra deze verliezen blijken en in mindering gebracht op de kostprijs; eventueel worden reeds verantwoorde winsten teruggenomen. De kostprijs bevat de (direct toerekenbare) project-kosten, bestaande uit loonkosten, materialen, kosten van uitbesteed werk, tarieven voor huur en onderhoudskosten van het ingezette materieel en overige projectkosten. De hierbij gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de lange termijn verwachte gemiddelde bezetting. De voortgang van een project wordt bepaald op basis van de kostprijs van het verrichte werk in relatie tot de verwachte kostprijs van het project als geheel. Winstneming op onderhanden werken blijft achterwege zolang geen betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het eindewerkresultaat. Per project wordt het saldo van de waarde van het onderhanden werk en de gedeclareerde termijnen en vooruitbetalingen bepaald. Voor projecten waarvan de gedeclareerde termijnen en vooruit­betalingen de waarde van het onderhanden werk overtreffen, wordt het saldo opgenomen onder de kortlopende schulden in plaats van onder de vlottende activa. De benaming van deze posten in de balans luidt respectievelijk “te vorderen van opdrachtgevers” en “verschuldigd aan opdracht­gevers”.

De op de balansdatum opgeleverde bergings­projecten, waarvoor de opbrengsten nog niet definitief zijn vastgesteld door partijen, worden gewaardeerd op basis van de verwachte opbrengsten, rekening houdend met de onzekerheid van deze schatting verminderd met de gedeclareerde termijnen en vooruitbetalingen. Indien een opbrengst van een opgeleverd bergingsproject niet betrouwbaar kan worden geschat, wordt de opbrengst verantwoord tot maximaal het bedrag van de opgenomen lasten. Voor verwachte verliezen op bergingsprojecten worden een voorziening getroffen zodra deze blijken.

3.12 Debiteuren en overige vorderingen

Debiteuren en overige vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde; na de eerste verwerking vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen voor onder meer oninbaarheid. De geamortiseerde kostprijs wordt bepaald op basis van de effectieve rentevoet.

3.13 Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas- en banksaldi en deposito’s met looptijden van maximaal drie maanden. Voor zover liquide middelen niet ter vrije beschikking staan als gevolg van transferrestricties, gezamenlijke zeggenschap of andere juridische belemmeringen, wordt daarvan melding gemaakt in de toelichting. Opgenomen rekening-courant­kredieten maken onderdeel uit van de liquide middelen in het kasstroomoverzicht.

3.14 Aandelenkapitaal

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. Kosten die direct zijn toe te schrijven aan de uitgifte van gewone aandelen worden, na aftrek van eventuele belastingen, in mindering gebracht op het eigen vermogen.

3.15 Leningen en overige financieringsverplichtingen

Leningen en overige financieringsverplichtingen betreffen schulden aan financiële instellingen. Opgenomen rente-dragende leningen worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde verminderd met transactiekosten voor verwerving. Na de eerste verwerking worden rentedragende leningen en schulden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs waarbij een verschil tussen de kostprijs en het aflossingsbedrag op basis van de effectieve-rentemethode in de winst- en verlies­rekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.

3.16 Verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen

Toegezegde-bijdrage pensioenregelingen

Een toegezegde-bijdrage pensioenregeling is een pensioenregeling waarbij een onderneming een vaste bijdrage betaalt aan een separate entiteit. De onderneming heeft geen juridische of feitelijke verplichting om additionele bijdragen te betalen indien het pensioenfonds onvoldoende middelen bezit om de personeelsbeloningen verband houdende met de door de werknemer verleende huidige dan wel vroegere diensten te betalen. De pensioenbijdragen worden in de winst- en verlies­rekening als kosten van personeelsbeloningen verantwoord in het jaar waarop zij betrekking hebben. Vooruitbetaalde bijdragen worden opgenomen als actief voor zover een terugbetaling in contanten of een verlaging van toekomstige betalingen beschikbaar is. Bijdragen aan een toegezegde-bijdrageregeling die meer dan twaalf maanden na afloop van de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten betaalbaar zijn, worden verdisconteerd tot hun contante waarde.

Toegezegd-pensioenregelingen

Een toegezegd-pensioenregeling is een pensioen­regeling die geen toegezegde-bijdrage pensioen­regeling is. Voor de afzon­derlijke toegezegd-pensioen­regelingen wordt de nettovordering of -verplichting berekend als het saldo van de contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan (ex-)werknemers, verminderd met de reële waarde van de daarvoor aangehouden fondsbeleggingen. De berekeningen worden uitgevoerd door bevoegde actuarissen volgens de ‘projected unit credit’-methode. Het disconteringspercentage is gelijk aan het rendement op solide bedrijfsobligaties op balansdatum waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen benadert. Wanneer de berekening resulteert in een positief saldo voor de Groep, wordt de opname van het actief beperkt tot een bedrag dat maximaal gelijk is aan eventuele niet opgenomen pensioenkosten van verstreken diensttijd en de contante waarde van economische voordelen in de vorm van eventuele toekomstige terugstortingen door het fonds of lagere toekomstige pensioenpremies. Bij de berekening van de contante waarde van economische voordelen wordt rekening gehouden met minimale financieringsverplichtingen die van toepassing zijn op de afzonderlijke regelingen van de Groep. Een economisch voordeel is voor de Groep beschikbaar als dit realiseerbaar is tijdens de looptijd van de regeling of bij de afwikkeling van de verplichtingen van de regeling. Actuariële resultaten worden, inclusief eventuele mutaties op limiteringen van nettopensioen­vorderingen, in de niet-gerealiseerde resultaten binnen het Geconsolideerd overzicht van de gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten opgenomen. ‘Past service’-kosten die betrekking hebben op verstreken diensttijd van werknemers worden, voor zover nog niet onvoorwaardelijk toegezegd, lineair ten laste van de winst- en verliesrekening verwerkt over de gemiddelde periode totdat de pensioen­aanspraken onvoorwaardelijk worden.

Kortetermijnpersoneelsbeloningen

Kortetermijnpersoneelsbeloningen worden zonder contant­making gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting verantwoord voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kortetermijnbonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

Overige verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen

De overige verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen hebben voornamelijk betrekking op jubileumuitkeringen. De bepaling van deze verplichtingen wordt uitgevoerd volgens de ‘projected unit credit’-methode, waarbij de actuariële parameters voor de belangrijkste toegezegd-pensioenregelingen worden gehanteerd.

Op aandelen gebaseerde belongingsplannen

Voor de leden van de Raad van Bestuur bestaat een mede op de ontwikkeling van de aandelenkoers gebaseerd beloningsplan, waarbij wordt uitgekeerd in contanten. De reële waarde van het over het jaar verschuldigde bedrag, wordt opgenomen als personeelslast in de winst- en verliesrekening, met een overeenkomstige opboeking van de verplichting.
De waardering van de verplichting wordt op iedere verslagdatum opnieuw bepaald, evenals op afwikkeldatum. Eventuele veranderingen in de reële waarde van de verplichting worden opgenomen als personeelskosten in de winst- en verliesrekening.

3.17 Voorzieningen

Voorzieningen worden bepaald op basis van schattingen van toekomstige uitgaande kasstromen uit juridisch afdwingbare of feitelijke verplichtingen als gevolg van een gebeurtenis in het verleden, met een onzekere omvang of een onzeker tijdstip van afwikkeling, die samenhangen met de bedrijfsactiviteiten en waarvoor een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde, voor zover de tijdswaarde materieel afwijkt van de kostprijs. De voorzieningen betreffen, indien van toepassing, voorzieningen voor reorganisatie, garantieverplichtingen, voorzieningen voor verlieslatende contracten, lopende rechtsgedingen en ingediende claims. Reorganisatievoorzieningen worden getroffen indien daarvoor per balansdatum een gedetailleerd formeel plan aan betrokkenen is meegedeeld of indien met de uitvoering daarvan is aangevangen. Voorzieningen voor garantieverplichtingen worden gevormd voor garantieaanspraken uit hoofde van opgeleverde projecten met overeengekomen garantietermijnen binnen enkele in de consolidatie betrokken entiteiten. De hoogte van deze voorziening is gebaseerd op gebruik in de bedrijfstak en de historie binnen de onderneming van garantieaanspraken over de laatste tien jaar met betrekking tot relevante projecten.

Er wordt in de balans een voorziening voor verlieslatende contracten opgenomen wanneer de door de Groep naar verwachting te behalen voordelen uit een overeenkomst lager zijn dan de onvermijdbare kosten om aan de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst te voldoen.

In overeenstemming met het beleid van de Groep en de toepasselijke wettelijke vereisten wordt een voorziening getroffen voor herstel van vervuilde terreinen, en de daarmee samenhangende kosten, op het moment dat de vervuiling zich voordoet.

3.18 Crediteuren en overige schulden

Crediteuren en overige schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde; na de eerste verwerking vindt waardering plaats tegen (geamortiseerde) kostprijs. Indien het tijdseffect materieel is, wordt gewaardeerd tegen contante waarde.

3.19 Netto-omzet

De netto-omzet van de operationele segmenten Baggeren & Grondverzet en Maritieme Infrastructuur bestaat voornamelijk uit de kostprijs van het in de verslagperiode verrichte werk, vermeerderd met het naar rato van de voortgang in de verslagperiode gerealiseerde deel van de verwachte eindewerk­resultaten, verminderd en/of vermeerderd met in de verslagperiode gevormde en/of benutte en vrijgekomen voorzieningen voor verwachte verliezen. De aldus toegepaste “percentage-of-completion”-methode is naar zijn aard gebaseerd op een schattingsproces. Daarnaast bevat de netto-omzet de opbrengsten voor in het verslagjaar verleende diensten aan derden. De opbrengsten uit hoofde van verleende diensten betreffen met name opbrengsten uit het beschikbaar stellen van materieel en/of personeel en deze opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de verrichte werkzaamheden op verslagdatum. Het stadium van voltooiing wordt bepaald aan de hand van beoordelingen van de verrichte werkzaamheden. Opbrengsten van op balansdatum opgeleverde bergingsprojecten (onderdeel van het operationele segment Salvage, Transport & Heavy Lift), waarvoor de vergoedingen nog niet definitief zijn vastgesteld door partijen, worden verantwoord op basis van de verwachte opbrengsten, rekening houdend met de onzekerheid van deze schatting. Opbrengsten waarvan niet waarschijnlijk is dat de economische voordelen van het verrichte werk of de verleende diensten naar de Groep zullen vloeien, worden niet in de netto-omzet opgenomen. De netto-omzet bevat geen kostprijsverhogende belastingen.

3.20 Overige opbrengsten

De overige opbrengsten bestaan voornamelijk uit boekresultaten en verzekeringsresultaten.

3.21 Grondstoffen, materialen, diensten en uitbesteed werk

De post grondstoffen, materialen, diensten en uitbesteed werk bestaat uit de kostprijs van het in de verslagperiode verrichte werk voor zover deze geen betrekking heeft op kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingen, amortisaties en bijzondere waardeverminderingen. Daarnaast bevat deze post onder andere de overige exploitatiekosten van het materieel, kosten van operationele leases, algemene beheerskosten, externe kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor zover niet geactiveerd, koersverschillen en marktwaarde veranderingen van afgeleide financiele instrumenten en overige (nagekomen) resultaten.

3.22 Personeelslasten

De personeelslasten bestaan uit de loon- en salariskosten van eigen personeel en de daarop betrekking hebbende sociale lasten en pensioenlasten, inclusief betaalde en verschuldigde premies uit hoofde van toegezegde-bijdrage pensioenregelingen en de mutatie in de vorderingen en verplichtingen uit hoofde van personeelsbeloningen uit toegezegd-pensioen­regelingen, met uitzondering van actuariële resultaten en de limitering van netto pensioenvorderingen die recht­streeks ten gunste of ten laste van het groepsvermogen worden verwerkt.

3.23 Leasebetalingen

Leasebetalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair over de leaseperiode in de winst- en verliesrekening opgenomen. Vergoedingen ontvangen als stimulering voor het sluiten van leaseovereenkomsten worden als integraal deel van de totale leasekosten in de winst- en verliesrekening verwerkt over de leaseperiode. De minimale leasebetalingen uit hoofde van een financiële lease worden deels als financieringkosten opgenomen en deels als aflossing van de uitstaande verplichting. De financieringskosten worden zodang aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo van de verplichting. Voorwaardelijke lease­betalingen worden verwerkt door herziening van de minimale leasebetalingen over de resterende leasetermijn zodra de aanpassing van een leaseovereenkomst wordt bevestigd.

3.24 Financieringsbaten en –lasten

Onder de financieringsbaten zijn verantwoord van derden ontvangen en te vorderen rente, koerswinsten en winsten op financiële afdekkingsinstrumenten waarvan de resultaten op de afgedekte positie worden opgenomen in de financieringsbaten en –lasten. Rentebaten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen naarmate deze opbouwen, door middel van de effectieve-rente­methode. Financieringslasten bevatten aan derden betaalde en verschuldigde rente die op basis van de effectieve-rentemethode aan verslagperioden wordt toegerekend, koersverliezen, afsluitprovisies en verliezen op financiële afdekkingsinstrumenten waarvan de resultaten op de afgedekte positie worden opgenomen in de financieringsbaten en –lasten. De rentecomponent van de financiële-lease­betalingen wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen met behulp van de effectieve-rente­methode. Financierings-kosten die niet rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de verwerving, bouw of productie van een in aanmerking komend actief worden opgenomen in de winst- en verlies­rekening.

3.25 Aandeel in resultaat van geassocieerde deelnemingen

De post Aandeel in resultaat van geassocieerde deelnemingen bevat het aandeel in de resultaten na belasting van de niet in de consolidatie betrokken deelnemingen en eventuele in het verslagjaar gerealiseerde (terugneming van) bijzondere waardeverminderingen.

3.26 Winstbelastingen / uitgestelde belasting­vorderingen en –verplichtingen

De belastingen naar de winst worden berekend op basis van het over de verslagperiode verantwoorde resultaat vóór belastingen met inachtneming van de geldende fiscale bepalingen en wettelijk vastgestelde tarieven en omvat tevens correcties op belastingen over eerdere boekjaren en de in de verslagperiode verantwoorde mutaties in uitgestelde belastingen. De belasting wordt in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen; in dat geval wordt de belasting in het eigen vermogen verwerkt. Tijdelijke verschillen worden gewaardeerd in uitgestelde belastingvorderingen en/of -verplichtingen; uitgestelde belastingvorderingen worden uitsluitend opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat in de voorzienbare toekomst belastbare winst beschikbaar is voor realisatie. Uitgestelde belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belasting­voordeel zal worden gerealiseerd. Uitgestelde belasting­vorderingen en –verplichtingen worden gesaldeerd indien er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en –verplichtingen te salderen en deze vorderingen en verplichtingen samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belasting verschuldigde entiteit, dan wel op verschillende belasting verschuldigde entiteiten die voornemens zijn de verschuldigde belastingvorderingen en –verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en –verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd. Uitgestelde belasting­vorderingen en –verplichtingen worden berekend tegen nominale waarde. Additionele winstbelastingen voor dividend­uitkeringen worden verantwoord bij uitbetaling van het betreffende dividend.

3.27 Winst per aandeel

De Groep presenteert gewone en verwaterde winst per aandeel voor het gewone aandelenkapitaal. Het nettoresultaat per gewoon aandeel wordt berekend aan de hand van de aan de aandeelhouders van de Groep toe te rekenen winst of het verlies gedeeld door het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die gedurende de verslagperiode uitstaan. Bij de berekening van de verwaterde winst per aandeel worden de aan de aandeelhouders van de Groep toe te rekenen winst of het verlies en het gewogen gemiddelde aantal gewone aandelen die gedurende de verslagperiode uitstaan gecorrigeerd voor alle potentiële verwaterende effecten op de gewone aandelen.

3.28 Dividenden

Dividenden worden als een verplichting verantwoord in de periode waarin zij krachtens besluit worden toegekend.

3.29 Bepaling reële waarde

Een aantal grondslagen en de informatieverschaffing van de Groep vereisen de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Voor waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de volgende methoden bepaald.

Materiële vaste activa

De reële waarde van de materiële vaste activa die ten gevolge van een bedrijfscombinatie zijn opgenomen, is gebaseerd op marktwaarde. De marktwaarde is het geschatte bedrag waarvoor een activum op waarderingsdatum kan worden verhandeld tussen een tot een transactie bereid zijnde koper en verkoper in een zakelijke, objectieve transactie voorafgegaan door gedegen onderhandeling waarbij de partijen goed geïnformeerd en tot een transactie bereid waren.

Immateriële activa

De reële waarde van overige immateriële activa, die ten gevolge van een bedrijfscombinatie zijn opgenomen, is gebaseerd op de verwachte contante waarde van de kasstroom uit het gebruik en de uiteindelijke verkoop van de activa.

Debiteuren en overige vorderingen

De reële waarde van debiteuren en overige vorderingen, exclusief vordering op opdrachtgevers, wordt tegen de contante waarde van de toekomstige kasstromen geschat, die op hun beurt worden gedisconteerd tegen de marktrente per verslagdatum.

Op aandelen gebaseerde transacties

De reële waarde wordt bepaald op basis van genoteerde koersen.

Afgeleide financiële instrumenten

De reële waarde van afgeleide financiële instrumenten wordt gevormd door het geschatte bedrag dat de Groep zou ontvangen of betalen om het contract per balansdatum te beëindigen, waarbij rekening wordt gehouden met de actuele rente en de actuele kredietwaardigheid van de tegenpartijen bij het contract. Deze waarde wordt opgegeven door de financiële instelling waar het derivaat uitstaat. Deze opgaven worden op redelijkheid gecontroleerd met behulp van technieken gebaseerd op contant gemaakte kasstromen op basis van de voorwaarden en de looptijden van het contract en met gebruik­making van de marktrente voor een vergelijkbaar instrument per waarderingsdatum.

Niet-afgeleide financiële verplichtingen

De reële waarde van niet-afgeleide financiële verplichtingen wordt bepaald ten behoeve van de informatieverschaffing en berekend op basis van de contante waarde van toekomstige aflossingen en rentebetalingen, gedisconteerd tegen de marktrente per verslagdatum.

3.30 Geconsolideerd kasstroomoverzicht

Het geconsolideerde kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Het middelenbegrip omvat de liquide middelen inclusief rekening-courantkredieten zoals vermeld in de toelichtingen op de liquide middelen en de rentedragende leningen. De kasstromen zijn onderscheiden in kasstromen uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financierings­activiteiten.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag Bron: Jaarrekening 2011, Pagina 70