Boskalis jaarverslagen 2011

Overige gegevens

Statutaire bepalingen omtrent resultaatbestemming 

Artikel 28. 

  1. Uit de winst die in enig boekjaar is behaald, wordt allereerst, zo mogelijk, op de cumulatief beschermingspreferente aandelen uitgekeerd het hierna te noemen percentage van het verplicht op die aandelen, per de aanvang van het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, gestorte bedrag. Het hiervoor bedoelde percentage is gelijk aan het gemiddelde van de Euribor-rente berekend voor leningen met een looptijd van één jaar – gewogen naar het aantal dagen waarvoor deze rente gold – gedurende het boekjaar waarover de uitkering geschiedt, verhoogd met maximaal vier procent punten; deze laatst bedoelde verhoging wordt telkens voor vijf jaar vastgesteld door de Raad van Bestuur onder goedkeuring van de Raad van Commissarissen. Indien in het boekjaar waarover de hiervoor bedoelde uitkering plaatsvindt, het verplicht op de cumulatief beschermingspreferente aandelen gestorte bedrag is verlaagd of, ingevolge een besluit tot verdere storting, is verhoogd, zal de uitkering worden verlaagd respectievelijk, zo mogelijk, worden verhoogd met een bedrag gelijk aan het hiervoor bedoelde percentage van het bedrag van de verlaging respectievelijk verhoging, berekend vanaf het tijdstip van de verlaging respectievelijk vanaf het tijdstip waarop de verdere storting verplicht is geworden. Indien in de loop van enig boekjaar uitgifte van cumulatief bescherming­preferente aandelen heeft plaats­gevonden, zal voor dat jaar het dividend op die cumulatief beschermingspreferente aandelen naar rato tot de dag van uitgifte worden verminderd, waarbij een gedeelte van een maand voor een volle maand zal worden gerekend.
  2. Indien en voor zover de winst niet voldoende is om de in lid 1 bedoelde uitkering volledig te doen, zal het tekort worden uitgekeerd ten laste van de reserves met inachtneming van de wettelijke bepalingen.
  3. Indien in enig boekjaar de in lid 1 bedoelde winst niet toereikend is om de hiervoor in dit artikel bedoelde uitkeringen te doen, en voorts geen uitkering of slechts ten dele een uitkering uit de reserves, als bedoeld in lid 2, geschiedt, zodanig dat het tekort niet of niet volledig is uitgekeerd, vindt in de daarop volgende boekjaren het hiervoor in dit artikel bepaalde en het bepaalde in de volgende leden eerst toepassing nadat het tekort is ingehaald. Na de toepassing van de leden 1, 2 en 3 zal geen verdere uitkering geschieden op de cumulatief beschermingspreferente aandelen.
  4. Van de resterende winst wordt jaarlijks een zodanig bedrag gereserveerd als de Raad van Bestuur onder goedkeuring van de Raad van Commissarissen zal vaststellen. Hetgeen na reservering, als bedoeld in de vorige zin, van de winst overblijft, staat ter vrije beschikking van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en komt bij uitkering toe aan de houders van gewone aandelen, naar verhouding van hun bezit aan gewone aandelen. 

Artikel 29. 

  1. Dividenden worden betaalbaar gesteld dertig dagen na vaststelling daarvan of zoveel eerder als de Raad van Bestuur bepaalt.
  2. Dividenden, welke vijf jaar, nadat zij betaalbaar zijn, niet in ontvangst zijn genomen, vervallen aan de vennootschap.
  3. Indien de Raad van Bestuur onder goedkeuring van de Raad van Commissarissen zulks bepaalt, wordt een interim-dividend uitgekeerd, met inachtneming van de preferentie van de cumulatief beschermingspreferente aandelen en het bepaalde in artikel 2:105 Burgerlijk Wetboek.
  4. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders kan, mits op voorstel van de Raad van Bestuur, besluiten dat dividenden geheel of gedeeltelijk in de vorm van aandelen in de vennootschap of certificaten daarvan zullen worden uitgekeerd.
  5. De vennootschap kan aan de aandeelhouders slechts uitkeringen doen, voorzover haar eigen vermogen groter is dan het bedrag van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.
  6. Ten laste van de door de wet voorgeschreven reserves mag een tekort slechts worden gedelgd, voorzover de wet dat toestaat. 

Voorstel winstbestemming

Aan de reserve ingehouden winsten zal EUR 126,0 miljoen worden toegevoegd. Aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders zal worden voorgesteld het restant, een bedrag van EUR 128,3 miljoen, te bestemmen voor uitkering van een dividend van EUR 1,24 per gewoon aandeel.

Het dividend zal worden uitgekeerd in gewone aandelen ten laste van de belastingvrije agioreserve of de overige reserves, tenzij een aandeelhouder aangeeft een uitkering in contanten te willen
ontvangen.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag Bron: Jaarverslag 2011, Verkorte financiële informatie, Pagina 119